15-05-09
Wachten op Overmorgen (slot)
Het is net middernacht geweest. Ik kom net van het ziekenhuis. Het is een hectische dag voor me geweest, maar ik heb het uiteindelijk gehaald. Zes jaar hadden ondanks alles weinig invloed op hem. Hij zag er nog altijd hetzelfde uit als toen ik zes jaar geleden naar Tsjechië verhuisde, alleen volwassener. Ik ben hem altijd trouw gebleven, ik wist dat we ooit weer samen zouden zijn, alleen had ik nooit gedacht dat het op deze manier moest zijn. Ik troost me met de gedachte dat hij is kunnen sterven met iedereen die hij graag zag, inclusief mij.
Ik zal hem nooit vergeten. Nooit.
Levi.
18:00
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
13-05-09
Wachten op Overmorgen (25)
Het deed pijn om hem toen weg te zien stappen. De laatste keer dat ik hem zag was toen. Ondertussen is er veel gebeurd. Er is veel veranderd voor mij, en er gaat nog meer veranderen. Tomas is veranderd, ik vraag me af hoeveel Levi is veranderd. Waarschijnlijk wel. Nog knapper gok ik. Het is hem gegund, want het is een schat van een jongen.
Mijn mama en papa zijn hier, en al mijn goede vrienden die me heel de tijd gesteund hebben. Het is fijn om de mensen die ik graag heb en waardeer bij mij te hebben. Het is jammer dat Levi er niet bij is. Van alle mensen op deze wereld zie ik hem toch nog het liefst.
De dokter komt binnen. Ik denk dat ik onder mijn verhaal het woord ‘einde’ mag schrijven. Het was een kort leven, maar al bij al was het een mooi leven.
18:00
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
11-05-09
Wachten op Overmorgen (24)
Epiloog
Het doet altijd pijn om afscheid te nemen. Ik ben altijd de persoon geweest die bij ‘afscheid’ gevoelens had van begrafenissen. Altijd weg, nooit een weg terug, alleen maar de herinneringen.
Toen was het ook zo. Op weg naar ver weg, uit elkaar gerukt. Het vliegtuig op en weg was hij. Naar Tsjechië, voor jàren zo is gebleken. De laatste week was geweldig. Terwijl ik in de luchthaven stond te wachten op ‘het’ laatste moment flitsten die herinneringen voorbij.
Ik mocht niet wenen, dat was hetgeen ik me had voorgenomen. Tsjechië is niet het einde van de wereld, hij zal wel terugkomen binnen een paar jaar, … allemaal redenen om een grote paniek- en tranengolf te vermijden. Mijn ouders brachten me naar de luchthaven en onderweg hadden ze al veel op me ingepraat. “Het zal wel meevallen, je zal zien.” “Je kan er niets aandoen, dus je kan er beter vrede mee nemen.” Woorden die voor mij weinig betekenden. Ik had het gevoel dat ik hem na vandaag kwijt was. Kwijt … voor altijd.
Op de luchthaven zag ik Levi terug. Gepakt en gezakt, samen met zijn ouders stond hij mij op te wachten. “Tomas!” Hij kwam op me afgelopen, bijna viel ik achterover, maar ik kon nog net mijn evenwicht behouden. “Je moet niet bang zijn,” fluisterde hij, “je weet dat ik àltijd bij jou zal zijn.” Hij gaf me een stevige knuffel. De knuffel die ik nodig had. Ik rook voor de laatste keer zijn geur op, geconcentreerd zodat ik hem nooit zou vergeten.
“Tomas, we zien mekaar terug. Beloofd!”
18:00
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
09-05-09
Wachten op Overmorgen (23)
Zwemmen, dat was onze laatste activiteit samen. Aangezien we deze keer niet alleen thuis waren, zocht Levi op zijn kamer nog snel een zwemshort voor me uit. “M’n ouders zouden raar opkijken moest je plots naakt het zwembad induiken,” lachte hij. “Da’s waar, en het zou trouwens ook geen zicht zijn!”
We ruimden de tafel af en kleedden ons om in Levi’s slaapkamer om ons klaar te maken voor onze laatste duik in hun zwembad.
We amuseerden ons; afscheid nemen was niet aan de orde. Gewoon nog eens lekker onnozel doen. Elkaar kopje onderduwen –en vooral onder houden, om toch maar niet te verliezen- wedstrijdjes houden, elkaar onderspatten en zo verder. Je zou ons nooit achttien jaar gegeven hebben, eerder veertien ofzo. Maar het was altijd zo ontspannend.
De hele voormiddag brachten we door in het water. Zijn ouders zagen we heen en weer lopen met nog dozen met spullen in.
De middag was er veel te snel. “Ik ga moeten verder inpakken.” Ik wou eigenlijk dat ik kon zeggen dat hij nog even moest blijven. Op vijf minuutjes zou het niet aangekomen zijn. Maar ik wist dat hij moest verder doen, zeker als ik die avond nog deftig afscheid wou kunnen nemen. We kwamen uit het zwembad en gingen samen de douche in. De speelsheid van de voormiddag had plaats gemaakt voor de realiteit. De harde realiteit.
16:00
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
07-05-09
Wachten op Overmorgen (22)
Deze avond is het zover. Dan is het over and out. Mijn brieven heb ik net weggelegd en ben nu gewoon aan het niksen. Gewoon even genieten. En in het vooruitzicht is er als avonddessert een ijsje. Ik eet tijdens de zomer kilo’s ijs. Ongelofelijk, maar ik vind het zo lekker. En na een warme zomerdag is het geweldig verkoelend. Thuis werden ze soms gek. Al dat ijs dat ik tijdens die twee maanden durende vakantie naar binnenwerkte was genoeg om mijn ouders de rest van hun leven te laten voorzien in ijs. Als ze weer eens klaagde dat ik wéér een ijsje aan het eten was, had ik altijd het zelfde excuus klaar: ‘het moest zo lekker maar niet zijn!’. Flauw, maar wel de waarheid.
18:07
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
21-03-09
Wachten op Overmorgen (21)
“Wat gaan we vandaag nog doen?” vroeg Levi terwijl we allebei aan het genieten waren van de zomerse ochtendzon. Levi schoot wakker uit zijn –vroege- dagdroom. “Eh? Wat?” “Ik vroeg wat we vandaag gaan doen.” Hij dacht even na. “Niet veel, moet nog wat opruimen enzo. Maar deze voormiddag ben ik nog 100% van jou!” Hij smeet er een knipoog achteraan. De laatste stap naar het einde was gezet. Er werd uiteindelijk gepraat over opruimen en al wat er mee te maken heeft. Het deed pijn om die waarheid onder ogen te moeten zien. We bleven nog een tijdje genieten van de zon. We zeiden niet veel tegen elkaar. Wat moet je op zo’n moment nog vertellen? Ik genoot van elk moment dat ik bij hem was en dat ik naar hem kon kijken. Ik besefte dat ik deze momenten moest koesteren, want er zouden minstens enkele weken of maanden tussen zitten voor ik weer bij hem kon zijn.
22:20
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
19-02-09
Wachten op Overmorgen (20)
Ik ben net begonnen aan mijn ‘brievenmarathon’. Het is fijn om terug al die herinneringen op te rakelen en van tijd tot tijd weer wegdromen. Soms lijkt het alsof het gisteren was dat we dit allemaal meemaakten. Toch zitten er meer dan zes jaar tussen. Raar.
In die tijd is er veel veranderd. Ik hou nog steeds van Levi, al heb ik me hier en daar wel eens laten gaan. Gewoon. Ik miste de affectie. Het was wel fijn en lekker, maar achteraf voelde ik me altijd schuldig. Ik zag Levi graag en dan bedroog ik hem. Al weet ik niet wat hij al die jaren heeft uitgespookt. Is hij me wel trouw gebleven, of is hij iemand anders tegen het knappe lijf gelopen? Nuja, zover ik weet zijn ze nogal conservatief op dat gebied in Tsjechië en omgeving.
20:05
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
16-02-09
Wachten op Overmorgen (19)
“Dag Tomas!” riep Levi’s moeder wanneer ik zijn slaapkamer uit waggelde. “Goedemorgen!” Terwijl ze verder dozen versleurde vertelde ze me dat er voor mij en Levi buiten op het terras een ontbijt wachtte. “Laat het je smaken!” riep ze terwijl ze een nieuwe doos de trap afsleurde.
“Wat zei mijn moeder?” vroeg Levi me, wanneer hij uit bed stapte. Hij graaide snel zijn T-shirt van de stoel en trok het aan. “Dat we kunnen ontbijten,” zei ik en gaf hem snel een kus. “Ik rammel!”
Niet veel later zaten we beneden te ontbijten. De laatste keer, want over vierentwintig uur zouden Levi en zijn ouders op weg zijn naar de luchthaven. Het leek nog altijd surrealistisch, een nachtmerrie. Ik hoopte vurig dat ik zo dadelijk naast hem wakker zou worden, en dat hij me zou zeggen dat hij voor altijd bij mij zou blijven.
Terwijl Levi en ik rustig op het terras ontbijtten, waren Levi’s ouders druk in de weer om de laatste spullen in dozen op te bergen en alles bij de voordeur klaar te zetten. “Deze avond ruim ik mijn kamer nog op,” vertelde Levi tijdens het eten. “Moet je nog veel inpakken?” “Bwa,” trok hij zijn schouders op. “Nog wat kleren, een broek en shirt hier en daar. Wat bureauspullen enzo, alles een beetje ordenen. Mijn slaapkamer is voor de zoon van het gezin dat ons huis gaat huren.” Het was raar om dat te horen. Er kwam iemand anders wonen in het huis van mijn vriend, waar ik gedurende die acht maanden zo’n mooie herinneringen had opgebouwd.
19:59
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
11-02-09
Wachten op Overmorgen (18)
Eén
“Dag schoonheid!” Ik werd wakker. “Goed geslapen, schat?” Ik hoorde op de gang dat zijn ouders volop bezig waren om de laatste spullen in te pakken. “Ik slaap altijd goed, als ik bij je ben,” lachte ik. Ik draaide me op mijn rug en rekte me uit. “Jammer dat ik al wakker ben.” “Waarom,” vroeg Levi en hij draaide zich op zijn zij. “Nu besef ik dat ik nooit meer samen met je zal slapen.” Het was even stil in zijn kamer. “Nooit, da’s niet waar, Tomas.” Ik zuchtte. Hij zag de toekomst te optimistisch. Ik zou nooit naar Tsjechië kunnen reizen, hoe zou ik dat kunnen betalen? Het was een mooie gedachten om te denken dat we snel weer bij elkaar zouden zijn, maar naïef. “Levi,” zuchtte ik. “Je weet best dat wat je nu zegt een leugen is. Hoe ga ik je kunnen zien, zoals het moet als je een relatie hebt?”
Ik heb heerlijk geslapen. Als een roos. En dat was toch ook weeral een tijd geleden. Ik voel sinds gisteren, na het bezoek van Joris en Frederik, een soort gemoedsrust. Ik heb alles aanvaard, denk ik. Aanvaard dat ik nooit zal genezen, aanvaard dat ik morgen zal sterven en dat ik Levi nooit meer zal zien.
Mama brengt deze middag brieven mee die Levi me geschreven heeft toen we net samen waren. De laatste keer dat ik ze las, was de avond dat hij me vertelde dat hij naar Tsjechië vertrok, zes jaar geleden. Als Levi hier niet is, wil ik wel zijn brieven hebben, iets tastbaars. Zodat hij toch bij me is, net als enkele foto’s hier op het kastje naast mijn ziekenhuisbed.
Ik zou graag eens weten wat er in het hoofd van mijn ouders omgaat. Ze houden zich wel sterk, als ze bij mij zijn, maar ik kan hen niet helpen. Helpen om het verdriet dragelijker te maken. Dat maakt het soms nog wel moeilijk. Welk verdriet moeten ze morgenavond wel niet hebben, wanneer ze aan de begrafenis moeten denken. Mijn begrafenis.
16:13
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
10-02-09
Wachten op overmorgen (17)
Morgen is het zover. Dan kijk ik de dood recht in de ogen. Met of zonder Levi naast mij. Ik geen angst om te sterven, besef ik nu. Raar, vroeger dacht ik altijd dat sterven doodgaan was. Ik bedoel, pijn, een strijd, waarbij je altijd de verliezer bent. Of je daar nu zelf voor kiest –zelfmoord of, zoals ik, euthanasie- of dat de natuur en het lot dat bepaalt. Nu voel ik me in zekere mate opgelucht. Alles gaat met de dag moeizamer en ik ben moe. Doodop. Ik heb een mooi leven gehad, weet ik nu. Ook al heb ik het mezelf niet altijd gemakkelijk gemaakt.
Mijn outing is zo’n voorbeeld. Of mijn reis door Azië, die onrechtstreeks de oorzaak is geweest van waar ik me nu bevind. Eindeloze discussies thuis. Een jongen, hun zoon wilde ‘wriemelen’ met een jongen! Onbestaande! Azië? Onmogelijk, véél te gevaarlijk! Maar toch dreef ik mijn zin door, en uiteindelijk voelde ik me altijd opgelucht dat ik mijn zin doorgedreven had. Niemand wist beter dan ik wat ik met mijn leven aan wilde vangen.
Er zijn ook mooie momenten die niet voorafgegaan zijn gegaan door oeverloze discussies en ruzies. De diploma-uitreiking van het middelbaar bijvoorbeeld. De hele klas als één groep tesamen. We zijn die avond deftig uit geweest en de ochtend erna met een stevige kater wakker geworden. Maar ook dat vond ik een mooi moment. Ik was geen kind meer, maar een student. Een jongeman. En nu ben ik een jongvolwassene. Geen kind, geen student, geen jongere, maar ook nog niet volledig volwassen en gewassen. Ergens tussenin op een heerlijk keerpunt. Ik zou alles kunnen doen wat die twee werelden zo heerlijk maakt. Jong om lekker fout te gaan en lekker lang uit te gaan en veel te veel alcohol te drinken, volwassen om op eigen benen te staan en de wereld een deel van jezelf mee te geven en ook om het leven zelf te sturen, volledig onder eigen controle. Jammer dat door die volwassenheid mijn jeugdigheid verloren is gegaan en ik hier nu als jongvolwassene semi-gekluisterd ben aan een ziekenhuisbed. Als een bejaarde.
20:43
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
05-07-08
Wachten op Overmorgen (16)
"Waarom heb je nooit gezegd dat je zo lekker kon koken?" lachte Levi wanneer hij de laatste hap spaghetti naar binnen werkte. "Euhm, omdat ik mezelf net overtroffen heb," lach ik. "Ik help thuis wel eens als mama spaghettisaus maakt, maar jij was mijn ‘echte' proefkonijn!" "Hopelijk voor jou hou ik er geen voedselvergiftiging aan over!" Ik lachte. "Dan heb ik mezelf ook vergiftigd, hé schat."
We ruimden de tafel af en zorgden dat de potten en pannen proper de kasten ingingen, voor de laatste keer. Plots kwam hij achter mij staan en nam me vast bij mijn middel. "Blijf je vanavond niet slapen?" fluisterde hij. "Euh ..." "Schat, toe?" Hij gaf kuste me in de nek. "Het is de laatste nacht dat we samen kunnen zijn." Daar had hij gelijk in. Het was niet dat ik niet bij hem wilde blijven slapen, het kwam gewoon onverwacht en ook, morgen, die drukte om te vertrekken. Ik heb een hekel aan nerveuze mensen om me heen. Hij kuste me nog een keer in de nek, en zijn handen vonden hun weg onder mijn T-shirt. "Ok, ik blijf slapen. Ik bel wel even naar huis, in orde?"
14:38
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
26-06-08
Wachten op Overmorgen (15)
Ik ga zo dadelijk naar de computers met mijn moeder, om mijn mail na te kijken. Nog maar eens. Hopelijk heb ik daar meer geluk.
Mama had wel iets positiefs te vertellen: morgen komen Joris en Frederik langs. Een paar goede vrienden die net vandaag zouden terugkomen van vakantie. Fijn om hen nog eens te zien. Ze hadden het de laatste maanden allebei druk met hun verhuis naar hun opgeknapte hoeve, even buiten de stad. We hebben dus nog een hele boel bij te praten.
Ik hijs me in mijn rolstoel en mijn moeder voert me richting de computers...
"Wat gaan je ouders hier van zeggen?" vroeg ik terwijl ik wees naar het spoor van druppels zwembadwater dat we achterlieten. Hij haalde zijn schouders op. "Wat maakt het uit? En het is maar water hoor! We lossen dat later op!" Hij knipoogde en duwde me omver op zijn bed. Terwijl ik op mijn rug in zijn bed lag, kwam hij op me zitten. "Je wordt er niet lichter op," grapte ik. "Ben ik te zwaar? Ik zal me wat lichter maken!" Hij stond recht en deed zijn handdoek, die hij om zijn middel had gebonden, uit en legde hem naast het bed. "Ben ik nu wat lichter?" Ik knikte: "Het is een wereld van verschil!" Hij lacht. "Fijn zo!" Hij begon me te kussen over mijn hele lichaam. Wanneer hij mijn navel bereikte begon ik te giechelen. "Wat is er?" vroeg hij verbaasd. "Niks, maar je tong, dat kietelt!" Hij lachte. "Je bent me toch wel een kerel!" Hij zette zijn weg onverstoorbaar verder...
"Je bent het nog niet verleerd, hé?" vroeg hij. Ik lag op mijn rug op bed, ik draaide op mijn zij zodat ik hem recht in zijn groene ogen keek. Hij keek me aan, alsof hij recht door me heen zag. Ik voelde dat ik begon te blozen. Snel gaf hij me een kus. "Ik ga je missen." Hij streelde door mijn haar. "Het is je geraden ook!" Hij zette zich recht in het bed. "Douchen?" "Jep."
12:59
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
24-06-08
Wachten op overmorgen (14)
Ik hielp hem de tafel schoon te maken en de schillen van de sinaasappels gooide ik weg bij het afval. Levi rende ondertussen naar de badkamer en kwam even later met en paar grote handdoeken weer beneden. "Klaar voor een klein zwemfestijn?" Ik maakte even mijn handen schoon en liep met een volmondig ‘Ja!' naar hem toe en graaide een handdoek mee en snelde naar het zwembad.
Enkele seconden kwam Levi ook aangerend terwijl hij al lopen zijn kleren uittrok. Hinkend op één been deed hij zijn kousen uit en smeed vervolgens zijn T-shirt het zwembad in. "Wacht, ik zal het ‘redden'!" grapte ik en sprong naakt het zwembad in, achter het T-shirt van Levi aan. "Ik kom je helpen schat!" en een paar seconden later dook hij ook naakt het zwembad in, achter mij en zijn T-shirt aan.
22:35
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
30-04-08
Wachten op overmorgen (13)
De temperatuur blijft stijgen, en het niveau van het water in mijn fles daalt. Ik zit te zweten en te puffen van de warmte. Ik heb in het kastje naast mijn bed een weekblad gevonden en zit er mezelf al een tijdje koelte toe te zwaaien, maar ik word er moe van. Ik kan toch geen hele dag zitten zwaaien?
14:35
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
08-04-08
Wachten op overmorgen (12)
Ik nam snel mijn fiets, wuifde nog even naar mijn moeder en reed weg. Op weg naar Levi voor een dag zonder pottenkijkers, een dag voor ons alleen.
Toen ik even later bij hem thuis aankwam stond hij me op te wachten bij de oprit. "Ik had je eerder verwacht!" ik reed de oprit op en stapte snel van mijn fiets. "Ik ben zo snel gekomen als ik kon," zei ik, "Je had toch niet gedacht dat ik hier al om zeven uur zou staan?" Hij lachte. "Waarom niet? Dan hadden we nog langer bij elkaar kunnen zijn!" Ik lachte. We gingen samen naar binnen.
"Ik heb vers geperst sinaasappelsap voor je." Zei hij terwijl hij naar de keukentafel wees. Het zag er lekker uit, zo vers geperst in een kan. "Mmmm, lekker! Schenk maar in!" lachte ik. En niet veel later zaten we aan de keukentafel met voor onze neus een glas sinaasappelsap. "En voor welke gelegenheid heb je dit gedaan?" vroeg ik plagend. "Goh, waarom zou ik dat doen? Misschien omdat mijn allerliefste schatje naar mij thuis gekomen is, voor misschien de allerlaatste keer?" We lachten. "Moeten jullie niet opruimen?" vroeg ik, verbaasd dat alles nog stond waar het hoorde te staan. "De kasten zijn al grotendeels leeg, op glazen en borden na. Het huis gaan we verhuren, en alle meubelen meenemen gaat niet. Alles staat nu nog boven. Mama wil morgen nog verder inpakken en al inladen zodat we overmorgen snel kunnen vertrekken." Ik zuchtte. Ik zat met mijn glas te draaien terwijl ik naar het sap tuurde. Levi zat ongemakkelijk heen en weer te schuiven op zijn stoel. "Sorry," zei hij zachtjes terwijl hij mijn handen vastnam, "ik had je er niet aan moeten herinneren. Je zal het al moeilijk genoeg hebben als het zo ver is." Ik lachte schuchter. "Laten we het over andere zaken hebben dan die..." Hij knikte. Er viel een ijzige stilte. Hij voelde zich schuldig, maar eigenlijk was ik het die er achter vroeg. Dit waren niet de dagen die ik me in gedachten hield. Ik nam nog een slok sinaasappelsap.
20:00
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
01-04-08
Wachten op overmorgen (11)
Die ochtend stond ik extra vroeg op om zeker op tijd bij Levi te zijn. Zijn ouders waren zelden weg tijdens de vakanties. Het was uiterst zeldzaam dat hij voor een dag helemaal alleen thuis was. En ik had het ‘geluk’ dat deze zeldzaamheid zich voordeed in onze laatste week samen.
13:28
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
29-03-08
Wachten op overmorgen (10)
We zaten in het midden van ‘de' afscheidsweek en morgen zouden we gewoon weer bij elkaar zijn. Bij hem deze keer, want zijn ouders waren weg met vrienden naar één of ander museum in Antwerpen. Dat terzijde, want Levi had het kot voor hem alleen dan. Dat opent perspectieven, zeker als ik dan wegdroomde bij dat heerlijk malse én grote bed.
Condooms waren waardeloos, we waren allebei hiv-vrij, en dan is seks zo veel leuker zonder dat dom stuk plastiek er om heen.
19:30
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
01-01-08
Beste wensen voor 2008

00:00
Gepost door Lukas Lauridsen
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (2)
| Email dit
|
Facebook
|
05-09-07
Wachten op Overmorgen (9)
Die ziekenhuiskost begint m’n oren uit te komen. Nog een paar dagen en ik hoef me er geen zorgen over te maken. Vreemd, dat je nu vandaag de dag zelf een beetje voor God kan spelen. Het leven zit me tegen en er is geen hoop meer dat dat ooit zal veranderen: maken we er een einde aan? Waarom niet? Soms wou ik dat ik op andere momenten voor God kon spelen, dan was Levi nooit naar Tsjechië vertrokken en was ik nooit ziek geworden.
18:51
Gepost door Lukas Lauridsen
in Wachten op Overmorgen |
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
|
Facebook
|
23-08-07
Netelsoep met dromen (10)(slot)
Vanmorgen heb ik een briefje achtergelaten op tafel. Met de boodschap dat ik na school even naar oma ga.
Het is vrijdag, en mijn examen is vlot gegaan. Ik ben opgelucht dat het achter de rug is.
Jonas fietst een eindje mee. Als we aan een kruispunt ieder een andere kant uit rijden, steekt hij zijn duim op. Het rusthuis ligt midden in de stad in een oase van groen. Met bonzend hart zoek ik kamer 120.
In gedachten zie ik weer het deftige herenhuis van oma, de antieke meubelen, de mooie dieren. Ik denk terug aan de dagen die we daar samen doorgebracht hebben.
De deur van kamer 120 staat open. Oma zit in de rolstoel aan haar secretaire te schrijven. Ze heeft een witte hemdblouse met hoge kraag aan, haar witte haar is netjes opgestoken, en de gouden ketting van haar bril hangt aan weerskanten van haar gezicht.
Daar zit mijn adellijke oma, Ina van Doren.
Ik klop.
Ze kijkt meteen om, en ik moet slikken. Ze is ouder geworden, maar haar ogen stralen.
Ze stuurt haar rolstoel in mijn richting. Ik ga op haar bed zitten, en ze geeft me klapzoenen en knijpt in mijn wang. Ik stel vast dat dit me niet meer ergert.
“Ik heb je zo lang niet gezien! Je vader zei dat je het erg druk had met je examens. Je hebt gelijk, dat gaat voor...”
Ze neemt mijn handen in de hare.
“En? Wat vind je van mijn nieuwe woonst?”
Ik haal mijn schouders op.
“Klein...”
“Je kijkt ontgoocheld!”
“Je hebt je huis, je meubelen en je dieren moeten wegdoen voor dit steriele kamertje! Allemaal door dat stomme ongeval! Als ik...”
“Ho maar!” remt ze me af. “Ik heb in alle sereniteit afscheid genomen van mijn vorige leven!Ik houd me nu met heel andere dingen bezig dan met schoonmaken, koken, klusjes opknappen en voor mijn dieren zorgen!”
“Maar je was altijd zo trots op je zelfstandigheid!”
“Ach, ik mag nu ook niet klagen. Ik word hier heel goed verzorgd... Had je me soms liever ongelukkig gezien?”
“Oma!”
“Er is zoveel te zien en te doen in de wereld! Zelfs vanuit een rolstoel!”
Ik ben sprakeloos.
Ze knijpt zacht in mijn handen.
“Eén ding moet je me beloven, Elias Rietveld!”
“En dat is?”
“Dat je elk jaar in maart en april netels voor me zult plukken. Dan kan ik die ongemerkt onder mijn eten mengen. Onze kok zal er nog wel nooit van gehoord hebben.”
“Goed,” zeg ik aarzelend. “Ik beloof het.”
Er schieten tranen in mijn ogen.
“Nu voel ik me pas volmaakt gelukkig!” glimlacht ze.
Aan die woorden denk ik terug als ze elf jaar later sterft.
Elk jaar in maart plant ik brandnetels op haar graf.
Om haar gelukkig te weten.
naar: Netelsoep met dromen, Kristien Bocken, Vlaamse filmpjes nr. 2207, Averbode
16:58
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (4)
| Email dit
|
Facebook
|
20-08-07
Netelsoep met dromen (9)
Oma’s huis en dieren worden verkocht, ze vertrekt naar een rusthuis. Daar heeft ze maar een kleine kamer, zodat wij de meeste antieke meubelen krijgen. Er knapt iets in me als ik papa thuis een nieuwe plaats zie zoeken voor haar meubelen.
“Voor de meubelen is hier wel plaats,” merk ik op. “Maar voor oma niet!”
Hij verstijft. Ik verwacht een hevige uitbrander, maar voel me toch opgelucht omdat ik tenminste hardop heb gezegd wat me op de lever ligt.
Papa ontspant zijn spieren en haalt diep adem.
“Oma wil voor geen geld bij ons intrekken, Elias. We hebben het haar gevraagd. Waarom zeg je nu zoiets? Sinds we terug zijn van Mallorca, heb jij haar niet één keer meer bezocht!”
Ik verdiep me maar weer in mijn aardrijkskunde.
“Ik heb examen...”
“Nu wel, ja! Maar je hebt bijna twee maanden tijd gehad om haar eens te gaan bezoeken!”
Ik sla met mijn vuist op tafel.
“Ik wil haar niet in een rolstoel zien! Begrijp je het nu?”
“Je zult wel moeten!”
“Dat weet ik ook wel! Maar geef me nog wat tijd!”
“Tijd? Zijn 2 maanden niet genoeg? Oma vraagt voortdurend naar je, weet je!”
Ik klap mijn schrift dicht en ren naar mijn kamer.
Daar is het benauwd, want ze ligt vlak onder het dak, maar ik heb rust nodig om me te kunnen concentreren. Van studeren breng ik echter niets terecht, want ik zie telkens weer 2 beelden voor me: oma voor het ongeval en oma na het ongeval.
Wat heeft ze nog van zichzelf op haar kamertje in het rusthuis? Een boekenkast en een secretaire, zei papa...
Het huis in de Colibristraat wordt nu bewoond door andere mensen. Die zullen de brandnetels wel uitgeroeid hebben en een keurig gazon aangelegd met sierbomen en struiken. En er zullen wel geen dieren meer rondlopen in de tuin...
Een klop op de deur haalt me uit mijn gedachten. Mama brengt me een glas limonade een reep chocolade en een banaan.
“Je vieruurtje!” lacht ze. “Lukt het een beetje met aardrijkskunde?”
“Gaat wel,” antwoord ik mat.
“Luister jongen, ik heb gehoord waar jij en papa het over hadden. Oma is gelukkig in dat rusthuis. Ik weet dat je je dat moeilijk kunt voorstellen, maar het is zo. Ze is sterk en heeft een ontembare levenslust. Die heeft ze altijd gehad. Ze maakt er gewoon het beste van...”
“Ze draait jullie een rad voor de ogen,” zeg ik. “Ze wil jullie niet tot last zijn. Mij maak je niet wijs dat een zelfstandige, actieve vrouw gelukkig kan zijn als ze van vandaag op morgen in een rolstoel belandt en haar huis vol herinneringen moet verkopen om de rest van haar dagen in een kleine, ongezellige cel te slijten!”
Ik snak even naar adem.
“En jullie sussen je geweten door te zeggen dat ze sterk is. Zelfs de sterkste boom valt ooit wel eens om, hoor!”
“Je ziet het te somber,” zegt mama zacht. “Ga haar eens opzoeken, dan zul je het beter begrijpen. Nu weet je niks zeker, en dat vreet aan je...”
Ze woelt met haar hand door mijn haar en verlaat de kamer.
Die nacht krijg ik een nare droom. Oma staat bovenaan de trap en roept me. Ik antwoord, maar ze hoort me niet. Ze roept opnieuw en schuift dan opeens van de trap naar beneden. Ze doet een paar passen en stuikt ineen. Wat moet ik doen? Misschien weet Jonas raad. Ik wil naar zijn huis lopen, maar vind het niet meer. Ik wil terug naar oma’s huis en merk dat ik hopeloos verdwaalt ben. Ik schreeuw om hulp, maar iedereen loopt me pal voorbij... Ik schrik wakker en wis het zweet van de nachtmerrie weg met mijn zakdoek.
Het wordt hoog tijd dat ik oma eens ga bezoeken.
19:53
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
13-08-07
Netelsoep met dromen (8)
Zoiets gebeurt enkel in films, in boeken of bij iemand anders, denk ik aan het ziekbed van oma. Dat één misstap je hele leven kan veranderen...
Oma heeft een zwaar ruggenwervelletsel. Ze zal nooit meer goed kunnen lopen. Oma in een rolstoel... Ik kan het me haast niet voorstellen. Ze ging zo prat op haar zelfstandigheid en nu is ze afhankelijk...
Ze heeft me verteld dat ze op mijn bed in slaap gevallen was en wakker schrok toen de telefoon rinkelde. Versuft haastte ze zich de trap af en donderde van de tiende trede naar beneden.
Ze weet nog niet dat ze voor altijd in een rolstoel zal moeten. Ze slaapt heel veel.
Ik heb mama en papa opgebeld om hun te vertellen wat er gebeurd is, en ze komen met het eerste vliegtuig terug. Ook Evelien, Silke en Elke heb ik gewaarschuwd en zij komen oma vanavond bezoeken.
Ik kijk naar oma. Ze hebben haar bril meegenomen om er nieuwe glazen in te laten zetten. Haar wangen zijn ingevallen, en haar grijswitte haar is in één klap spierwit geworden. Ze ziet er opeens zo oud uit, zo anders.
Net nu ik haar beter leerde kennen, gebeurt dit. Ik kan er niet goed tegen. En ik voel me schuldig. Was ik maar bij haar gebleven! Dan was het vast niet gebeurd! Wat zal papa zeggen?
Ach, misschien overdrijven de dokters. Oma is sterk en moedig. Misschien loopt ze ooit wel weer even vinnig rond als vroeger. Wie zal anders voor het huis en de dieren zorgen? Maar die hoop spat als een zeepbel uiteen als ik naar haar kijk...
’s Avonds nemen grootje en grootpa me mee naar hun huis. Eerst wil ik niet, maar ze overtuigen me ervan dat het weinig zin heeft om bij oma te blijven. Voorlopig doet ze toch niets anders dan slapen. Maar zelfs als ik niet bij haar ben, zie ik haar oude, ingevallen gezicht nog voor me. Het laat me gewoon niet los. Ook niet tijdens mijn rusteloze slaap.
Als de volgende ochtend mama en papa plots in de woonkamer naast grootje en grootpa staan, klopt het hart me in de keel. Ik wéét gewoon dat ik de schuld van oma’s ongeluk zal krijgen... Maar oma geeft me meteen een knuffel. Ze is gebruind, en haar blonde haar is gebleekt door de zon.
Papa staart glazig voor zich uit en klopt me op de rug.
“Alles goed, Elias?”
“Ja, pa. Eh... ik bedoel, nee, oma zal in een rolstoel moeten...”
Hij bijt nadenkend op zijn onderlip.
“Hoe maakt ze het?” vraagt mama.
“Ze is opeen zo... anders geworden,” zeg ik zacht.
“Hulpeloos, bedoel je?”
“Ze ligt daar zo roerloos. En eergisteren maakte ze nog het hele huis schoon en was ze nog druk in de weer met haar dieren...”
“Ach, de artsen kunnen tegenwoordig soms echt wonderen doen. Misschien...”
“Ach wat!” roep ik opstandig. “Ze kunnen tegenwoordig wel mensen naar de maan sturen, maar als je rug het begeeft, schuiven ze een rolstoel onder je achterste!”
De gapende blikken om me heen beginnen me te verstikken. Ik vlucht naar de tuin. Die is klein en ommuurd, maar de oude rode eik biedt me schaduw en rust. Tegen zijn stam geleund probeer ik alles op een rijtje te zetten. Ik kom tot de vaststelling dat oma’s leven vanaf nu in twee periodes ingedeeld wordt: voor en na haar ongeval. Niets zal nog hetzelfde zijn voor haar, voor ons... Ik kan dat moeilijk aanvaarden. Hoe zal ze reageren als ze verneemt dat ze nooit meer zal kunnen lopen? Zal ze mij de schuld geven? Zeggen dat ik bij haar had moeten blijven?
“Het is niet eerlijk!” roep ik luid. “Niet eerlijk!”
“Kom, kom,” zegt iemand zacht. “Ze is niet dood, hoor!”
Papa! Ik trek mijn benen op en klem mijn armen eromheen. Nu gaan we het krijgen...
Waarom zegt hij niets?
“Oma was zo actief!” neem ik hem de wind uit de zeilen. “Ze zal nooit kunnen wennen aan het leven in een rolstoel! Ik had bij haar moeten blijven!”
“Maak je niet zo druk,” zegt hij tot mijn grote verbazing. “Dat heeft toch geen zin...”
“Het lucht op, zeg jij altijd.”
“Weet ja, ik heb de indruk dat je nogal goed kon opschieten met oma...”
Ik buig het hoofd.
“Ach... Ik moest natuurlijk even aan haar wennen, maar toen leerde ik haar beter kennen en begon haar aardig te vinden... En dan dondert ze van de trap!”
Papa knikt begrijpen. Hij blijft onvoorstelbaar kalm.
Zijn gelaten houding brengt me danig in de war.
“Ga je mee naar het ziekenhuis?” vraagt hij plots.
“Eh... nee, liever niet.”
Opeens wil iets in mij oma wel en tegelijkertijd niet zien.
Zonder nog een woord te zeggen loopt papa naar binnen.
21:32
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
07-08-07
Netelsoep met dromen (7)
Over drie dagen komen mama en papa terug van Mallorca. Vandaag heb ik hun eerste brief ontvangen, en ik trek me terug op de logeerkamer om hem te lezen. Mama beschrijft in geuren en kleuren het landschap en het zalige nietsdoen, papa klaagt ober de gebrekkige dienstverlening en de lift die maar af en toe werkt.
Ik zit met de brief in mijn handen op bed als oma komt kijken.”
Ah, daar ben je!”
“Zeg oma, hoe was papa als kind?” vraag ik enz waai met de brief.
Ze neemt een stoel, komt tegenover me zitten en kijkt me aan over de rand van haar bril. Ik krijg weer een onwennig gevoel.
“Ik zie veel van hem in jou terug,” zegt ze. “Wat mopperig, maar met een goed hart... Maar je vader is in mijn ogen te opvliegend. Dat ben jij niet, voorzover ik weet.”
“Ja, hij stuift op als buskruit,” knik ik. “En mopperen doet hij in deze brief ook!”
“In míjn brief ook!” grinnikt ze. “Over de gebrekkige dienstverlening en...”
“... de lift die maar af en toe werkt!” roepen we in koor.
Ons gelach verstomt als de bel gaat.
Ik storm de trap af.
“Dat zal Jonas zijn!”
He gabber!” grijnst hij als ik de deur open. “Mag je deze keer mee?”
“Wat wil je gaan doen?”
“Naar de sporthal fietsen. Neem maar boterhammen mee, want er is van alles te doen!”
“Even aan oma vragen!”
Hij steekt veelbetekenend zijn duim op.
Tot mijn grote verbazing stemt oma meteen toe.
“Ja, ga maar! Ik heb me al suf gepiekerd om wat met je te kunnen doen! Maar om vijf uur ben je thuis! Afgesproken?”
“Afgesproken!” lach ik. “En morgen gaan we nog eens samen op stap!”
Ze knikt glimlachend en blijft op de stoel in de jongenskamer van papa zitten.
Jonas ijsbeert op het trottoir terwijl ik snel wat boterhammen smeer. Ik prop een en ander in mijn rugzak en ren naar buiten.
“Ik moet je iets belangrijks vertellen,” zeg ik als we even later naar de sporthal fietsen.
“O ja? Heeft je oma soms een klavercake gebakken of distellimonade gebrouwen?”
“Nee, hoor! Kijk eens naar de aders op mijn arm!”
Ik steek mijn arm uit en hij werpt er een vluchtige blik op.
“Welke kleur hebben ze?”
“Blauw, natuurlijk!”
“Blauwer dan blauw, kerel! Oma stamt namelijk uit een adellijke familie! Er stroomt dus blauw bloed door mijn aderen!”
“Je meent het!”
“Ik zweer het! Vanaf nu heet ik Elias Rietveld-van Doren! Met kleine van, welteverstaan!
“Zoals u wenst, baron Rietveld-van Doren!”
Lachend stallen we onze fietsen naast de sporthal.
Als ik een halfuur later dan afgesproken thuiskom, hangt er een vreemde stilte in huis. Op dit uur is oma gewoonlijk aan het rommelen in de keuken. Misschien is ze nog buiten, netels aan het plukken, of bij de dieren...
Maar ook in de tuin is ze nergens te bespeuren.
Aarzelend loop ik door de keuken naar de woonkamer.
“Oma!” roep ik en houd even mijn adem in.
Plots hoor ik ergens een zwak gekreun. Het komt van de hal!
Oma ligt onderaan de trap. Ze kronkelt van de pijn en er liggen scherven op de grond. Haar brillenglazen zijn gebroken.
“Oma! Wat is er gebeurd?”
“Mijn rug...” kreunt ze. “Roep en... dokter!”
Ik wil haar overeind helpen, maar ze schudt afwerend met het hoofd.
“Niet doen! Roep een dokter!”
Het zweet breekt me aan alle kanten uit en er springen tranen in mijn ogen. Bevend zoek ik het telefoonnummer van haar huisarts.
“Kalm blijven, Elias, kalm blijven!” mompel ik.
Ik haal even diep adem, neem de hoorn van de haak en toets het nummer in.
15:52
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
|
Facebook
|
03-08-07
Netelsoep met dromen (6)
Op paasdag is oma al vroeg op. Door het raam van de logeerkamer zie ik haar tussen de dieren lopen. Oma met een bloemetjesschort over haar lila jasje en witte rok op klompen tussen de kleurrijke pauwen, zilverfazanten en schapen. Onder een waterig zonnetje.
Even later zitten we aan en prachtig versierde paastafel.
En ze heeft nog een verrassing voor me in petto...
“We zijn vandaag uitgenodigd bij je grootje en grootpa. Evelien komt ook. Ik heb chocoladen eieren meegebracht van de bakker.”
Op dat moment laat ik een stukje chocolade op het tapijt vallen en trap er nog op ook. Ik gloei en probeer de schade weg te werken, maar oma kan dat beter. Ten slotte zie je niet meer waar het ongeluk is gebeurd.
“Oma, waarom staat je huis vol antieke meubelen, terwijl je eigenlijk ook een kleine boerderij hebt?”
Ze haalt diep adem, alsof ze dat een heel moeilijke vraag vindt.
“Wel... Eigenlijk zie je hier twee werelden. De mijne en die van opa. Ze zijn min of meer in elkaar gevloeid. Heeft je vader je nog niet verteld dat ik uit een adellijke familie stam? Vandaar de kleine v in Ina van Doren...”
Dat ik dáár nog nooit bij stilgestaan heb! Ik luister ademloos verder.
“Ik voelde me niet helemaal thuis in die verstikkende adellijke omgeving. Ik vond het leven dat ze leidde ook zo leeg. Ik was toen al actief in de politiek. Ik werd verliefd op je opa, een boerenzoon, en we trouwden tegen de zin van mijn familie. In tegenstelling tot mijn ouders deed ik alles zelf. Het huis schoonmaken, koken, je vader opvoeden én in de gemeenteraad zitten...”
Nu begrijp ik waarom papa het zo voor haar opneemt. Ze heeft echt moeten vechten om te kunnen worden wat ze nu is.
Maar wacht eens even! Als oma uit een adellijke familie stamt, dan heb ik ook een beetje blauw bloed in mijn aderen!
Als Jonas dát te horen krijgt.
Na de middag worden we hartelijk ontvangen door grootje, grootpa, Evelien, Silke en Elke. Evelien lijkt gegroeid en ziet er vermoeid uit. Ze zal wel bij Inge slapen en aan echte nachtrust niet toekomen.
“Je hebt het toch overleefd bij oma,” fluistert Evelien in mijn oor.
“Weet je, ze valt best mee,” fluister ik terug.
“O ja? Heeft ze je soms betoverd met een stuk taart ofzo?”
“Nee, met brandnetels!”
“Wát?”
“Met brandnetels!” herhaal ik niet zonder trots. “Ik krijg netelsoep, netelpuree en netelsla te eten. Het moet nu, want volgende maand worden de netels al te oud.”
“Jakkes!”
“Het is erg gezond, hoor!”
“Onkruid, dat is het!”
“Zie ik er soms niet gezond uit?”
Ze begint me aandachtig te bestuderen.
“Maar... krijg je daar dan geen rode plekken van? Prikken ze niet in je mond?”
Als ik ontkennend het hoofd schud, doet ze een stap achteruit.
“Wat ben ik blij dat ík er niet hoef te logeren!”
“Nou!” grijns ik. “Ik heb anders ontdekt dat er wat blauw bloed door onze aderen stroomt!”
“Blauw bloed? Hoe verzin je het?”
“Ik verzin helemaal niks! Oma stamt uit een adellijke familie!”
“Ach, ga weg! Dan zou papa ons dat al lang verteld hebben! Die nonsens over brandnetels zul je trouwens ook wel verzonnen hebben!”
“Nietes!”
“Welles!”
Opeens vallen de stemmen op de achtergrond stil.
Iedereen kijkt in onze richting.
Ik laat Evelien staan waar ze staat en loop naar de tuin.
Silke en Elke zijn daar met de bal aan het spelen, en ik vraag of ik mag meedoen. Maar Evelien is me achterna gekomen.
“Pas op voor Elias!” roept ze. “Hij is betoverd!”
Ik knijp in haar arm, en ze slaakt een gil.
Oma komt buiten en vraagt wat er aan de hand is.
Evelien kent je niet zoals ik je nu ken! Wil ik zeggen.
“Evelien is een pestkop!” zeg ik.
Oma gelooft me, en Evelien bijt op haar onderlip van ingehouden woede.
17:59
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
31-07-07
Netelsoep met dromen (5)
De volgende ochtend valt er wat miezerige regen. Ik help oma de dieren voeren. Ze praat tegen de pauwen over het weer, en ze tonen hun mooiste veren.
“Heb je me nog nodig, oma?” vraag ik na een tijdje.
“Waarom vraag je dat?”
“Ik zou graag gaan basketballen met Jonas...”
“Om twaalf uur terug, hoor!”
Ik loop door het huis naar de voordeur.
Regendruppels tikken op de kap van mijn anorak.
Op de hoek van de Colibristraat staat Jonas op ma te wachten met een basketbal onder zijn arm. Ik versnel mijn pas, en we lopen verder naar het plein.
“Stel je voor, zeg!” hijg ik. “Mijn ouders hebben oma wijsgemaakt dat ik graag bij haar wilde logeren! Ze begreep dat niet, en ik heb het natuurlijk meteen ontkend! Zo werden we allebei voor schut gezet!”
Jonas lacht kuiltjes in zijn wangen.
“Grappig!”
“En weet je dat ze met haar blote handen brandnetels plukt? Die doet ze in de soep en de puree en maakt er slaatjes van! Ze beweert dat netels erg gezond zijn!”
Buiten adem komen we op het plein aan. Ik laat me op een bank vallen, maar Jonas begint ongeduldig met de bal te kaatsen.
“Gisteren heb ik dus netelsoep gegeten,” zucht ik. “Van een vuurdoop gesproken...”
“Hoezo? Stond je mond in brand?”
“Welnee. En netels zijn ook niet giftig.”
“Je ziet er nog prima uit, hoor! Gaan we nu eindelijk beginnen?”
Ik sta op en loop hem achterna.
Jonas mikt de bal meteen door de ring.
“Nu jij?”
“En oma praat tegen haar dieren! Over politiek, het weer en noem maar op!”
Jonas haalt de schouders op.
“Ik heb ook wel eens horen zeggen dat planten beter bloeien als je ertegen praat... Ga je nu basketballen of niet?”
De bal botst op de kant van de ring.
“Je bent er niet bij, Elias!”
Hij kijkt me met grote ogen aan.
“Je kunt enkel nog aan je oma denken!”
“Ach, loop rond!”
Hij mikt de bal opnieuw keurig in het net.
“Het lijkt me spannend bij jouw oma te wonen!”
“Dat denk je maar! Kom me vanmiddag maar halen! Gisteren, in de stad, voelde ik me net als op school!”
“Het begint harder te regenen! Wat gaan we straks dan doen?”
“Bij jou op de computer spelen. Of naar een film kijken...”
“Goed, ik zal je komen verlossen!” zucht Jonas.
Het is veel te vlug twaalf uur.
Oma heeft hutspot gemaakt. Met brandnetels.
“Overmorgen is het Pasen,” zegt ze tijdens de vaat. “Ik ga straks het huis schoonmaken, en jij mag me daarbij helpen!”
“Maar... ik heb met Jonas afgesproken!”
“Stel dat maar uit tot morgen. Nu heb ik eindelijk eens iemand om me te helpen!”
“Maar... ik heb vakantie!”
Ze schudt het hoofd.
“Net als je papa op doe leeftijd...”
“Waarom doe je dat nog allemaal zelf? Op jouw leeftijd!”
Ze kijkt me weer aan over de rand van haar bril.
“Vanwaar opeens die bezorgdheid? Vind je me soms te oud om nog actief te zijn?”
“Eh.. nee, maar...”
“Wel dan?”
Ik zeg maar niets meer.
“Dat is dan geregeld. En omdat het Goede Vrijdag is, gaan we straks de kruisweg bidden!”
Jonas wordt dus weer wandelen gestuurd.
Oma raast als een tornado door het huis met schoonmaakspullen. Ze foetert als ik wat treuzel, zingt mee met de radio en geeft commentaar op het nieuws. Allemaal in een keurig grijs mantelpak met een witte schort voor.
19:07
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
12-07-07
Netelsoep met dromen (4)
In de taverne is het erg druk. We kunnen nog net een plekje aan het raam bemachtigen.
”Ik neem een pannenkoek met gebakken appel,” zegt oma. “En jij?”
”Een Siberische pannenkoek.”
Ze houdt de ober staande en geeft de bestelling door.
Dan wrijft ze vergenoegend in haar handen.
“Heb je wat opgestoken van onze culturele uitstap?”
“Ja,” zeg ik.
“Maar ik verzwijg dat ik de schilderijen op de tentoonstelling puur gekribbel vond. Silke en Elke zouden het nog beter kunnen.
“Dat klinkt niet erg overtuigd,” vindt oma. “Misschien vond je die schilderijen maar niks?”
Ik knik verbaasd.
“Ik ook,” grinnikt ze. “Ik ben niet zo’n liefhebber van abstracte kunst. Geef mij de kathedraal maar. Daar stap je meteen in Kunst!”
De ober brengt de limonade en koffie.
“Eeuwen werd erover gedaan om zo’n prachtig kunstwerk tot stand te brengen!” vervolgt oma. “Mensen hebben er hun ziel, tijd en energie in gestoken. Dat kunnen ze nu niet meer opbrengen. Nu moet alles snel gaan en nuttig zijn. Nu ja, alles heeft voor- en nadelen.”
De pannenkoeken komen eraan. Dat smaakt na zo’n zware namiddag! Soms was het net alsof ik met een lerares op stap was!
“Mis je je ouders?” vraagt oma plots.
Ik verslik me bijna in mijn limonade. Wat kan ik daar nu op antwoorden? Eigenlijk zit het me nog altijd dwars dat ze mijn paasvakantie verpest hebben door me naar oma te brengen.
“Vanavond ga ik hun schrijven,” zeg ik. “En mijn zusjes opbellen, als ik mag...”
“Natuurlijk mag je dat! Ik ben geen onmens, hoor!”
Ze kijkt weer over de rand van haar bril.
“Zeg eens eerlijk, waarom wilde je niet graag bij mij komen logeren?”
“Waarom... waarom vraag je dat?” stamel ik.
Ze wuift mijn vraag weg.
Ik wil het wel zeggen, maar ik vind de juiste woorden niet. Hoe kan ik het zeggen zonder haar te kwetsen? Tenslotte heeft zij er ook niet om gevraagd. Het is allemaal papa’s schuld.
“Ik kan heus wel tegen eens tootje, hoor!” dringt ze aan. “In het politieke wereldje krijg je een olifantenvel!”
Ja, ja, denk ik. De waarheid zeggen klinkt wel mooi, maar kwetst vaak. Dus ik zal ze moeten verpakken.
“Ik ken je eigenlijk niet zo goed, oma...”
“We kwamen toch af en toe bij mekaar over de vloer? En ik ben geen enkele verjaardag vergeten!”
“Ja, maar als we samen waren, praatten jullie altijd over politiek en kunst en zo. Mijn zusjes en ik zaten er dan maar voor spek en bonen bij. We kregen een zoen, een stuk taart en een TV-programma, maar...”
“Maar geen aandacht,” begrijpt ze. “Tja, ik zat toen ook met mijn hoofd in de politieke wolken. Ik vond dat toen zo belangrijk, dat ik er niet aan dacht mijn best te doen om ook nog een echte oma te zijn. Met taart en televisie dacht ik jullie een groot plezier te doen...”
“En daardoor ken ik je niet zo goed,” besluit ik.
“Onbekend maakt onbemind, ik begin het te begrijpen. Is er nog iets dat je dwarszit?”
Ik schuif ongemakkelijk heen en weer op mijn stoel.
“Wel...” zeg ik schoorvoetend. “ik zie je bijvoorbeeld nooit in joggingpak of werkkleding. Je draagt altijd chique mantelpakken of jurken. En je huis doet me denken aan een museum, met al die antieke meubelen. Ik voel me daar onwennig. Eigenlijk ben je een boerin, maar eigenlijk ook weer niet...”
Eén seconde lijkt ze aangeslagen, maar haar gezicht ontspant zich snel weer.
“Ik kan daar best inkomen, jongen. Als je me beter gekend had, zou je dat niet afgeschrikt hebben. Maar het is nog niet te laat om dat te veranderen. Dat zal je vader trouwens ook wel in zijn achterhoofd gehad hebben toen hij besloot dat je maar bij mij moest komen logeren. De sluwe vos!”
“Hij zei ook dat jij wat hij mijn moppergedrag wel zal aankunnen...”
Nu barst ze in een schaterlach uit.
“Zei hij dat?”
Ik knik.
“Dat begrijp ik ook. Hij was in zijn jeugd een vreselijke brompot en kon verschrikkelijk dwarsliggen. Wat heb ik daar een werk aan gehad! Maar het is gelukkig allemaal goed gekomen.”
Ze staart even door het raam en kijkt me dan weer aan.
“De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet!”
Ik lach en voel een druk van me afglijden. Dat papa’s gedraag ooit ook te wensen overliet, bezorgt me binnenpretjes.
15:35
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
06-07-07
Netelsoep met dromen (3)
De volgende ochtend word ik gewekt door de geur van spek en koffie. Oma is dus al op.
Als ik beneden kom, zie ik dat ze al ontbeten heeft. De omelet met spek in de pan is dus voor mij. Een heus boerenontbijt, en het smaakt nog ook. Eens wat anders dan het brood of de müsli thuis.
Na het eten loop ik de tuin in. Oma is iets aan het plukken bij de scheidingsmuur. Ik schrik me een aap.
“Oma, pluk jij brandnetels met je blote handen?”
“Ja, hoor!” zegt ze luchtig.
“Maar... maar dat prikt toch vreselijk!”
“Acht, dat kan geen kwaad.”
“Wat bedoel je?”
Ze recht haar rug en kijkt me over haar bril heen aan.
“Weet je dat brandnetels gezond zijn?”
“Nee, dat kan ik me niet voorstellen!”
“Toch is het zo! Jonge brandnetels bevatten vitamine A en D, kalk, ijzer, fosfor en nog andere mineralen. Een aftreksel ervan werkt bloedzuiverend. Elk jaar in maar en april die ik een brandnetelkuur om de schadelijke winterstoffen uit mijn lichaam te verwijderen.”
“Ik vind dat onzin!”
Ze trekt haar grijze wenkbrauwen op.
“Ik ben zo grootgebracht, mijn ouders ook en je opa eveneens! We zijn een gezond ras!”
“Papa heeft het nog nooit over brandnetels gehad! En mama gebruikt er nooit!”
“Nee, je mama is er niet voor te vinden, en je papa heeft zich daarbij neergelegd. Hij vindt het niet belangrijk genoeg om er onenigheid over te krijgen.”
“Gaan we straks netels eten?” vraag ik beteuterend.
“Ja, ik ga er wat van in de soep doen. Of de puree.”
Ik moet slikken
“Ik niet, hoor!”
“Oordeel niet voor je ervan geproefd hebt, jongen!”
Ze plukt naarstig verder.
Later, aan tafel, kijk ik met argusogen naar de groentesoep met netels. Gelukkig liggen er ook balletjes in.
Oma vouwt haar servet plechtig open en legt het op haar schoot. Dan brengt ze langzaam een lepel soep naar haar mond.
Ik wacht gespannen. Maar ze wordt niet rood en spuwt geen vuur. Haar ogen rollen ook niet uit hun kassen.
Dus waag ik het er maar op. Mmm... De smaak valt best mee en de verwachte brandende tinteling blijft uit.
Ze kijkt me aan met pretlichtjes in haar ogen.
“En?”
“Ik had erger verwacht,” geef ik toe. “Tenslotte is het onkruid...”
“Maar gezond! Je opa zaliger was er dol op. De enkele weken per jaar dat we netelsoep aten, schiepen een speciale band tussen ons. Nieuwe lente, nieuw begin, nieuw geluid, nieuwe dromen... Onze mooiste plannen werden gesmaad boven een kom netelsoep!”
De bel verstoort haar mijmeringen. Ze loopt naar de voordeur.
“Nee, we gaan vanmiddag de stad in,” hoor ik haar zeggen.
Ik krijg een vreemd voorgevoel en ren naar de hal.
“Jonas!” roep ik opgetogen.
Ik moet hem een heleboel vertellen.
“Ik kwam je halen om te basketballen,” zegt hij. “Maar je oma zegt...”
“We hadden toch geen plannen, oma?” roep ik verbaasd uit.
“Ik wel!” monkelt ze.
“Maar ik wil met Jonas...”
“Kun je morgen niet gaan basketballen, Jonas?” vraagt ze opvallend beleefd.
“Eh... mij best, mevrouw,” antwoord hij aarzelend. Tot morgen dan, Elias!”
“Wacht, Jonas!” probeer ik nog.
Maar oma sluit de deur.
“Ik wil je vanmiddag enkele mooie plekjes van de stad laten zien,” zegt ze snel. “En daarna gaan we pannenkoeken eten.”
Ik ben toch geen kind meer! Wil ik roepen.
Maar ik pers mijn lippen stijf op elkaar.
Ik zie al ons door de stad lopen. Oma in haar beige mantelpak, ik naast haar in mijn wijde, bontgekleurde bermuda en een ellenlange sweater...
21:51
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
02-07-07
Netelsoep met dromen (2)
Jonas smijt een steen in de vijver. Meteen verschijnen er kringen op het donkergroene water. De weerspiegeling van de ondergaande zon golft heen en weer. Ergens hoor ik het snateren van eenden.
Ik zie hoe Jonas naar het bewegende water tuurt. Hij is een hoofd langer dan ik en bindt zijn lange, donkerbruine haar in een paardenstaart. In onze klas kijkt iedereen naar hem op. Hij is lang, sterk, handig en verstandig. Op de speelplaats speelt hij gewoonlijk voor scheidsrechter bij vechtpartijen. We zijn al vrienden vanaf het eerste leerjaar.
Ik vind het rot dat ik niet bij hem mag gaan logeren. Mijn gedrag laat te wensen over! Dat zal wel! Heb ik dan geen recht op een persoonlijke mening. Ik kan het toch ook niet helpen dat mijn mening vaak botst met die van papa? Maar hij is volwassen en denkt dus dat hij alles beter weet...
Jonas stompt in mijn zij.
“Heb je die reiger gezien?”
De reiger is al achter de bomen verdwenen.
Jonas grinnikt.
“Ben je nog altijd over je oma aan het piekeren?”
“Zwijg!”
“Goed, andere vraag dan maar... Wanneer vertrekken je ouders naar Mallorca?”
“Morgenavond. Ik mag niet alleen thuisblijven...”
Ik begin te ijsberen.
“Niemand van ons is ooit bij oma gaan logeren! En nu moet ik opeens! Ik heb er geen zin in!”
“Ach, we kunnen overdag toch nog allerlei dingen samen doen,” probeert Jonas me te troosten. “Je hoeft alleen maar bij haar te eten en te slapen.”
“Als ze me niet opsluit!”
Hij geeft me een duw.
“Doe toch niet zo somber, man!”
Maar mijn neerslachtige bui gaat niet over.
Het moment van vertrek nadert met rasse schreden; Evelien wordt afgehaald door de ouders van Ing, Silke en Elke gaan naar grootje en grootpa, en dan is het mijn beurt.
Papa haalt bruusk de handrem aan als we voor Colibristraat 10 stoppen.
“Bezorg oma maar geen last,” zeurt hij. “Beloofd, Elias?”
Ik bezorg niemand last, dat weet ik zeker, dus hoef ik niks te beloven.
Mama slaakt een diepe zucht.
Oma heeft ons vast zien aankomen. Ze staat in de deuropening. Haar bril staat op het puntje van haar neus, en ze kijkt eroverheen naar mij.
“Welkom, Elias!”
Met tegenzin onderga ik de klapzoenen en het geknijp in mijn wangen. Ze ruikt naar een duf parfum.
“Je hebt toch nog wel even tijd?” vraagt ze aan mama en papa. “Ik heb taart gekocht...”
Zoiets slaat papa nooit af.
Even later zitten zij te praten en te lachen, maar ik krijg geen kruimel door mijn keel. Ik voel me helemaal niet op mijn gemak en er spoken allerlei vragen door mijn hoofd. Verbaasd kom ik tot de slotsom dat ik oma eigenlijk helemaal niet goed ken.
Even later vertrekken mama en papa naar het vliegveld met bestemming zonnig eiland, ik blijf achter op het eiland van oma.
Veel trek heb ik niet in de koffiekoeken en broodjes die oma op tafel uitgestald heeft. Ik wil naar Jonas.
Maar daar steekt oma natuurlijk een stokje voor.
“Nu nog? Het is al behoorlijk laat, hoor!”
“Jonas woont achter het park. Niet zo ver hiervandaan dus. En ik ga hem thuis opzoeken. We gaan nergens heen...”
“Nee, Elias!”
“Van mama en papa zou ik wél mogen!” protesteer ik. “Ik ben toch geen kind meer!”
“Van mij mag je niet!” zegt oma kordaat. “Ander huis, andere regels! Dat moet je begrijpen!”
Ze leunt behaaglijk achterover op haar stoel en kijkt me aan over de rand van haar bril. Ik word er krekelig van. Het lijkt wel alsof ze dwars door me heen kan peilen.
“Je bent niet bepaald opgewekt gezelschap, Elias Rietveld!”
Ik doe er wijselijk het zwijgen toe.
“Vreemd... Je ouders zeiden dat je er zo op gebrand was hier te komen logeren. Ze hebben er erg op aangedrongen om je bij mij te laten!”
Wel heb je ooit!
“Ze hebben gelogen!” zeg ik bits.
Oma’s donkerbruine ogen worden groot van verbazing.
“Dus... jij verkoos helemaal niet om bij mij te blijven?”
“Ze hebben me geen keuze gelaten. Ik moest je gezelschap houden omdat je alleen bent”.
Dat zij volgens papa mijn moppergedrag aankan, verzwijg ik.
Ze is wat bleek geworden en trommelt zenuwachtig met haar vingers op het tafelblad.
“Dat vind ik gemeen van je papa...”
“Wat?”
“Dat hij je gedwongen heeft hier te komen logeren. Het verbaasde me al dat een veertienjarige jongen zijn oma gezelschap wil houden. Een oma die nooit tijd heeft voor logeerpartijtjes... Nu ja, we zitten hier nu willens nillens met mekaar opgescheept. Misschien is het wel een unieke kans om mekaar beter te leren kennen...”
Ze staat monkelend op en begint de tafel af te ruimen.
Na de vaat moet ik haar nog helpen de dieren te voeren. Ze drapeert een lang schort over haar donkerblauwe mantelpak, steekt haar voeten in klompen en kleppen met twee lege emmers naar buiten. Ik loop achter haar aan met een emmer graan. Ze schept water uit de regenput en giet het in de drinkbak van de schapen. Verwonderd hoor ik dat ze tegen hen praat. Over de duurte van het leven! De pauwen, zilverfazanten, kippen en hanen krijgen niet alleen water en graan, maar ook haar oordeel over het Mestdecreet!
Ik luister onwennig.
“Ze verstaan je toch niet,“ merk ik schamper op.
“Dat geeft niet,” zegt ze met een scheef glimlachje. “Ze horen mijn stem graag. Die maakt hen rustig.”
20:56
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
01-07-07
Netelsoep met dromen (1)
Mama en papa dansen een polka op de tonen van een droevig lied. Gek, natuurlijk. Maar begrijpelijk. Want ze hebben een veertiendaagse reis naar Mallorca gewonnen in de paastombola van de middenstanders van ons dorp.
Evelien, Silke, Elke en ik kijken met lede ogen toe. Die reis is namelijk voor twee personen. Wij zullen dus uit de boot vallen en ergens geplaatst moeten worden.
Als ik maar bij Jonas, mijn beste vriend, mag blijven. Of desnoods bij mijn grootouders, de ouders van mama.
Maar niet bij oma!
Oma is de moeder van papa. Opa is gestorven toen papa elf was. Ze woont amper vier straten verderop, maar we zien haar niet vaak want ze leidt een druk politiek leven. Onze ontmoetingen blijven meestal beperkt tot een paar vochtige klapzoenen, een stevige knaap in de wang, een stuk taart en wat televisie terwijl zij met mama en papa over politiek en zo praat.
Haar huis ademt een antieke sfeer uit met al die oude meubelen, waar we niet durven aankomen. En oma zelf is ook al zo klassiek, met haar sobere mantelpak, kanten hemdblouse met hoge kraag en grijswitte, in een knot opgestoken haar. Allemaal in schril contrast met de dieren die ze in haar achtertuin houdt. Daar lopen parelhoenen, zilverfazanten, kippen en hanen van verschillende nationaliteiten en drie schapen. Een bonte boerderij dus, in de tuin van een herenhuis dat wat aparts staat in de Colibristraat. Met een boerin in mantelpak.
Het trieste lied is uitgezongen. Mama en papa beëindigen hun wilde indianendans, en Evelien zet meteen de radio zachter. Naar adem snakkend ploffen ze neer op de bank.
“Waar moeten wij gaan logeren?” vraagt Evelien.
“Hebben we allemaal al geregeld!” glundert mama trots.
We kijken mekaar verbaasd aan. Ze laten geen gras groeien over hun reis naar warmere oorden!
“Evelien, jij mag naar Inge!”
Evelien springt een gat in de lucht en knuffelt mama en papa haast tot moes. Dat stelt me gerust. Als mijn tienjarige zus bij haar vriendin mag logeren, zal ik vast wel bij Jonas mogen blijven.
Maar mama praat eerst met Silke en Elke, de onafscheidelijke achtjarige tweeling.
“Jullie gaan naar grootje en grootpa. En ik reken erop dat je hen een handje zult helpen!”
Silke en Elke knikken opgetogen en giechelen.
Papa kijkt me met gefronst voorhoofd aan. Ik voel nattigheid.
“Elias, jij houdt zolang oma gezelschap!”
Het is alsof ik een klap in mijn gezicht krijg.
“Wat? Waarom mag ik niet bij Jonas gaan logeren? Of bij grootje en grootpa? Ik ben veertien en kan hen beter helpen dan Silke en Elke!”
“Oma is alleen,” zegt mama sussend.
“Daar heeft ze nooit last van gehad. Niemand van ons is er ooit gaan logeren!”
“Omdat ze een druk leven leidde,” zegt papa. “Nu is ze met pensioen.”
“Ik wil niet naar oma, dat weet je best!”
“Het is al afgesproken met oma,” zegt mama. “Ze kijkt ernaar uit.”
“Bovendien durf ik je grootje en grootpa niet met jou opzadelen,” bromt papa. “Je moppergedrag van de laatste maanden laat heel wat te wensen over. Oma kan jou aan.”
“Ik moet dus voor straf naar oma!” roep ik woedend.
“Oma heeft graag dat je komt,” probeert mama de bittere pil te vergulden.
“Oma is niet goed snik!” gooi ik eruit. “Ze zorgt voor dieren in een deftig mantelpak! En haar huis lijkt wel een museum! Voor mij is ze iemand uit de vorige eeuw!”
Papa veert overeind. Hij kleurt bloedrood en balt zijn vuisten.
“Waar het nooit meer zo over mijn moeder te spreken, Elias Rietveld!” raast hij. “Je oma is een erg bijdehand mens! Ze is meer in de toekomst geïnteresseerd dan jij! Ze volgt de politiek en de evolutie van de maatschappij op de voet! En hoe ze daarbij gekleed gaat, heeft geen belang! Begrepen?”
Hij loopt met grote passen weg.
Mama en mijn zusjes kijken me beschuldigend aan.
Maar zij moeten er niet gaan logeren!
Ik schop de vakantiefolders opzij en ren naar mijn kamer.
19:16
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
16-06-07
Netelsoep met dromen (0)

20:57
Gepost door Lukas Lauridsen
in Netelsoep met dromen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|

